Zoeken op de paginaDe Hyve voor (oud) WarffumersNaar de Facebook pagina van Warffum.nlVolg Warffum.nl via TwitterWarffum in Beeld op FlickrAgenda Warffum.nlSitemap Warffum.nlInformatie over de siteRSSContact
Home
 
Vroegste geschiedenis


De wierdencultuur van Warffum Afdrukken

Warffum ligt op de grootste wierde van Nederland. Deze oude woonheuvel is zeker 500 bij 500 meter groot en met 5,75 meter de hoogste wierde van Groningen. (Het Friese Hogebeintum is met 8,80 meter de hoogste terp van Nederland). De Warffumer wierde werd waarschijnlijk zo’n vijfhonderd jaar voor Christus, in de IJzertijd, opgeworpen op een hoge kwelderwal. Sindsdien is deze door mensen gemaakte heuvel onafgebroken bewoond geweest.

alt
 

Wierdencultuur
De wierdencultuur begint in de zesde eeuw voor Christus, als mensen de kuststreek niet alleen als doorgangsgebied gebruiken, maar er zich ook langzamerhand permanent op vestigen. De vruchtbare kwelders bieden goede weidegrond voor hun kudden, en op de hogergelegen gebieden - zoals de kwelderwal – kunnen ze ’s zomers graan verbouwen.

Al snel besluiten de bewoners van dit kustgebied om hun woonplaatsen te verhogen als bescherming tegen het wassende water van winterstormen en springvloed. De kust wordt immers nog niet beschermd door dijken en dit mondingsgebied van vele rivieren verandert voortdurend van vorm. Vandaar dat men waarschijnlijk ervoor koos om met aarde, klei, hout en afval een heuvel op te werpen die in de loop der tijd steeds hoger werd.

alt

Waarom werden deze wierden gebouwd? Volgens de meeste verhalen om een veilige plek voor bewoning te creëren en bewoners een droge plek te geven, in tijden dat het zeewater het land overspoelde (vooral in de herfst en winter, met stormweer). Bij opgravingen werden op sommige terpen boerderijen gevonden die zes tot acht meter breed waren en wel dertig meter lang, waarschijnlijk door meerdere families gebruikt.

Bewoning is echter maar een deel van het verhaal. Waarschijnlijk was de wierde ook de plek waar bij hoogwater vee en goederen naartoe werden gebracht. Ook was het een plaats waar hout kon drogen of bomen konden groeien die hakhout opbrachten. Verder zal het ook een plaats van samenkomst zijn geweest, waar recht werd gesproken en wellicht goden aanbeden. Vaak lagen de boerderijen in een cirkel, met in het centrum een grote lege plek, middenop de wierde. Daar werden soms ook markten gehouden. Een wierde werd dus waarschijnlijk voor meerdere doeleinden gebruikt.

Beschermde wierden
De wierden zelf veranderen ook voortdurend, zoals je in het Museum Wierdenland in Ezinge kunt zien. Gedurende een periode van meer dan duizend jaar worden de woonheuvels opgehoogd en vergroot. Ook komen er kleinere woonwierdes omheen te liggen, waar primitieve boerderijen vee kunnen stallen. De wierdencultuur verdween rond het jaar 1200, toen de eerste dijken werden aangelegd en kloosterordes de inrichting van het land op zich namen. Ook in Warffum en omgeving nam de christelijke cultuur het langzamerhand over van de oude wierdencultuur.
 

alt

Ontwikkeling van de wierden, in de loop der eeuwen: het onderste stadium is het oudst


Pas in 1960 werden de wierden tot monument verklaard. Tot die tijd werd er regelmatig eentje afgegraven: soms voor onderzoek, vaker nog omdat de rijke wierdengrond gebruikt kon worden voor de bemesting van landbouwgronden. Gelukkig is dit Warffum bespaard gebleven: de wierde is nog vrijwel geheel intact.

De wierdenmens
Wat voor mensen woonden in vroege tijden op deze wierden? Dat weten we niet precies. De wierdencultuur heeft weliswaar vele sporen achtergelaten, maar geschreven bronnen over deze tijd zijn schaars. In de Landschapszaal van het eerder genoemde Museum Wierdenland vind je gelukkig de nodige informatie die de geschiedenis van het wierdevolk vertellen, zoals historische kaarten, documenten en diverse maquettes.

Aan de hand van het werk van wetenschappelijk onderzoeker Dr. Ab van Giffen (die in de tijd tussen de twee wereldoorlogen vele wierden onderzocht) zien we in het museum hoe de voorhistorische woonheuvels met huizen, vuurplaatsen en stallen werden bewoond door kleine boerengemeenschappen, die gewassen verbouwden, maar ook visten en jaagden. Wat voor taal ze spraken, weten we niet, er zijn geen geschreven bronnen overgebleven van dit volk. Wel wordt vermoed dat de wierdenbewoners deel uitmaakte van een grotere cultuur, die langs de gehele kustlijn van Vlaanderen, Nederland, Duitsland en Denemarken woonde en soortgelijke wierden opwierp.

De Romein Plinius omschreef de terpbewoners als beklagenswaardige 'schipbreukelingen' die alleen maar vis aten. Maar bij het afgraven bleek dat veel terpen barstensvol zaten met houten constructies, botten van vee en met scherven. Dat ze bewoond waren geweest door redelijk welvarende boeren lag daarom meer voor de hand.

Van Giffen
alt

Van Giffen (Noordhorn, 1884 – Diever, 1973) verwierf wereldfaam als archeoloog toen hij in de jaren dertig van de vorige eeuw het ‘Pompeii van het Noorden’, Ezinge, blootlegde. Hij ontdekte daarbij dat het prehistorisch vlechtwerk van de huizen uit de onderste natte mestlagen bewaard was gebleven. Verder vond hij bij afgravingen van de wierde van Eenumerhoogte restanten van beren, elanden en oerossen. Blijkbaar leefden de wierdenbewoners niet alleen van landbouw, maar ook van de jacht.

Verder vond Van Giffen Romeinse munten, onder andere van Claudius Julius Ceasar, keizer Augustus, keizer Tiberiu en een bijzonder goudstuk (aureus) van keizer Nero. Ook vond hij Romeinse bronzen beeldjes van Jupiter, Mercurius en Mars en het lakrode Terra Sigillata-aardewerk. In Warffum werd een zilveren munt van Septimus Severus gevonden, een beeldje van Mercurius en nog wat bronswerk. De wierdenbewoners waren dus niet geïsoleerd en hadden contact met andere culturen.

Wierde-woord
Het woord ‘wierde’ (woonheuvel) komen we op allerlei manieren tegen in dorps- en zelfs stadsnamen: van Toornwerd en Usquert tot Aduard en Leeuwarden (in het Fries Ljouwert geheten: de wierde van Leo of Lou). ‘Wierde’ is hoogstwaarschijnlijk afgeleid van het oud-Friese woord ‘wird’ of ‘wurth’. In Noord-Duitsland heet zo'n heuvel ‘Warft’, op het eiland Marken een ‘werft’. ‘Warffum’ (in oude oorkonden soms gespeld als Warphum) is een samenstelling van ‘Warf’ en ‘heem’. Volgens G.J.A. Mulder is dit ‘de plaats waar recht gesproken werd’ (‘Handboek der Geografie’, 1962).

Terug naar algemene geschiedenis

 
Hoe de grauwe vlakte groen werd Afdrukken

In 1959 publiceerde Jan Gerhard Toonder (1914-1992) zijn roman Eiland in de verte, waarin hij de jeugd van zijn vader Marten Toonder senior beschreef. Op de pagina’s 33 en 34 beschreef Toonder het ontstaan van het landschap tussen Warffum en Rottumeroog, het eiland in de verte, vanaf het prille begin rond 600 voor onze jaartelling:

 

alt

 

“VOORDAT de eerste mensen er kwamen, was er onder die kille noordelijke hemel niets dan aangeslibd slijk; een gladde vlakte, die van einder tot einder reikte en waar bij stormvloed nog weer de zee over kwam rollen om de gladde klei opnieuw te doen glimmen, om de enkele rietbossen te doden en om nieuw water te doen stromen door de zeearmen, die als enige onderbreking kronkelend naar de verte leidden. Daar, waar het eindelijk dieper werd, was geen klei meer maar zand, dat zich langzaam uit de zee wist te verheffen en helmgras voedde en zich uit de kracht van de wind in eenzaamheid duinen bouwde en een eiland, een sterkte voor dat eindeloze half-land van het slib. Het moet een barre reden geweest zijn, die ooit mensen bewoog om te gaan wonen in de grauwe wereld van nat slijk onder de wolkenlucht, op die vlakte waar vóór hen alleen de slikwormen en de mosselen leefden, waar nooit veiligheid was voor het water, waar nooit geluid was dan het door een stage wind van verre aangevoerde grommen der zee; en die mensen met hun barre reden werden zwijgzaam en sterk, een volk zonder zonnigheid dat zich ook de tijd niet gunde om somber te zijn, maar dat in zijn verlatenheid alleen zichzelf als aanleiding vond om ooit te lachen.


alt
 

Het is begonnen de kunstmatige heuvels te bouwen, waarop men veilig was voor de zee – en later kamen de dijken, waarachter de klei voorgoed droog werd en waar plotseling gras en graan in overvloed wilden groeien zodat de grauwe vlakte groen werd; maar ook met voedsel en zekerheid en nieuwe kleuren uit de rijkdom van de grond kwam er geen zonnigheid in dit volk, dat met een trage kracht steeds weer opnieuw het slib opzocht om er opnieuw dijken omheen te legge en om opnieuw akkers uit modder te maken. Tenslotte was het zware land zover gegroeid, dat men van de buitenste der dijken het oude zand-eiland kon zien, nog steeds van de rest der wereld gescheiden door een zee vol slib, maar bereikbaar en bewoonbaar. Dat was het rijk van de Voogd.”

Terug naar: het wierdedorp Warffum
 

 
Joomla SEO powered by JoomSEF
Copyright © 2010-2012 Warffum.nl. Alle rechten voorbehouden..
Warffum.nl is een initiatief van Vereniging voor Dorpsbelangen Warffum.
RSSVereniging voor Dorpsbelangen WarffumArchief DBContact DBAfgestoft