|
Warffum ligt op de grootste wierde van Nederland. Deze oude woonheuvel is zeker 500 bij 500 meter groot en met 5,75 meter de hoogste wierde van Groningen. (Het Friese Hogebeintum is met 8,80 meter de hoogste terp van Nederland). De Warffumer wierde werd waarschijnlijk zo’n vijfhonderd jaar voor Christus, in de IJzertijd, opgeworpen op een hoge kwelderwal. Sindsdien is deze door mensen gemaakte heuvel onafgebroken bewoond geweest.

Wierdencultuur
De wierdencultuur begint in de zesde eeuw voor Christus, als mensen de kuststreek niet alleen als doorgangsgebied gebruiken, maar er zich ook langzamerhand permanent op vestigen. De vruchtbare kwelders bieden goede weidegrond voor hun kudden, en op de hogergelegen gebieden - zoals de kwelderwal – kunnen ze ’s zomers graan verbouwen.
Al snel besluiten de bewoners van dit kustgebied om hun woonplaatsen te verhogen als bescherming tegen het wassende water van winterstormen en springvloed. De kust wordt immers nog niet beschermd door dijken en dit mondingsgebied van vele rivieren verandert voortdurend van vorm. Vandaar dat men waarschijnlijk ervoor koos om met aarde, klei, hout en afval een heuvel op te werpen die in de loop der tijd steeds hoger werd.

Waarom werden deze wierden gebouwd? Volgens de meeste verhalen om een veilige plek voor bewoning te creëren en bewoners een droge plek te geven, in tijden dat het zeewater het land overspoelde (vooral in de herfst en winter, met stormweer). Bij opgravingen werden op sommige terpen boerderijen gevonden die zes tot acht meter breed waren en wel dertig meter lang, waarschijnlijk door meerdere families gebruikt.
Bewoning is echter maar een deel van het verhaal. Waarschijnlijk was de wierde ook de plek waar bij hoogwater vee en goederen naartoe werden gebracht. Ook was het een plaats waar hout kon drogen of bomen konden groeien die hakhout opbrachten. Verder zal het ook een plaats van samenkomst zijn geweest, waar recht werd gesproken en wellicht goden aanbeden. Vaak lagen de boerderijen in een cirkel, met in het centrum een grote lege plek, middenop de wierde. Daar werden soms ook markten gehouden. Een wierde werd dus waarschijnlijk voor meerdere doeleinden gebruikt.
Beschermde wierden
De wierden zelf veranderen ook voortdurend, zoals je in het Museum Wierdenland in Ezinge kunt zien. Gedurende een periode van meer dan duizend jaar worden de woonheuvels opgehoogd en vergroot. Ook komen er kleinere woonwierdes omheen te liggen, waar primitieve boerderijen vee kunnen stallen. De wierdencultuur verdween rond het jaar 1200, toen de eerste dijken werden aangelegd en kloosterordes de inrichting van het land op zich namen. Ook in Warffum en omgeving nam de christelijke cultuur het langzamerhand over van de oude wierdencultuur.

Ontwikkeling van de wierden, in de loop der eeuwen: het onderste stadium is het oudst
Pas in 1960 werden de wierden tot monument verklaard. Tot die tijd werd er regelmatig eentje afgegraven: soms voor onderzoek, vaker nog omdat de rijke wierdengrond gebruikt kon worden voor de bemesting van landbouwgronden. Gelukkig is dit Warffum bespaard gebleven: de wierde is nog vrijwel geheel intact.
De wierdenmens
Wat voor mensen woonden in vroege tijden op deze wierden? Dat weten we niet precies. De wierdencultuur heeft weliswaar vele sporen achtergelaten, maar geschreven bronnen over deze tijd zijn schaars. In de Landschapszaal van het eerder genoemde Museum Wierdenland vind je gelukkig de nodige informatie die de geschiedenis van het wierdevolk vertellen, zoals historische kaarten, documenten en diverse maquettes.
Aan de hand van het werk van wetenschappelijk onderzoeker Dr. Ab van Giffen (die in de tijd tussen de twee wereldoorlogen vele wierden onderzocht) zien we in het museum hoe de voorhistorische woonheuvels met huizen, vuurplaatsen en stallen werden bewoond door kleine boerengemeenschappen, die gewassen verbouwden, maar ook visten en jaagden. Wat voor taal ze spraken, weten we niet, er zijn geen geschreven bronnen overgebleven van dit volk. Wel wordt vermoed dat de wierdenbewoners deel uitmaakte van een grotere cultuur, die langs de gehele kustlijn van Vlaanderen, Nederland, Duitsland en Denemarken woonde en soortgelijke wierden opwierp.
De Romein Plinius omschreef de terpbewoners als beklagenswaardige 'schipbreukelingen' die alleen maar vis aten. Maar bij het afgraven bleek dat veel terpen barstensvol zaten met houten constructies, botten van vee en met scherven. Dat ze bewoond waren geweest door redelijk welvarende boeren lag daarom meer voor de hand.
Van Giffen

Van Giffen (Noordhorn, 1884 – Diever, 1973) verwierf wereldfaam als archeoloog toen hij in de jaren dertig van de vorige eeuw het ‘Pompeii van het Noorden’, Ezinge, blootlegde. Hij ontdekte daarbij dat het prehistorisch vlechtwerk van de huizen uit de onderste natte mestlagen bewaard was gebleven. Verder vond hij bij afgravingen van de wierde van Eenumerhoogte restanten van beren, elanden en oerossen. Blijkbaar leefden de wierdenbewoners niet alleen van landbouw, maar ook van de jacht.
Verder vond Van Giffen Romeinse munten, onder andere van Claudius Julius Ceasar, keizer Augustus, keizer Tiberiu en een bijzonder goudstuk (aureus) van keizer Nero. Ook vond hij Romeinse bronzen beeldjes van Jupiter, Mercurius en Mars en het lakrode Terra Sigillata-aardewerk. In Warffum werd een zilveren munt van Septimus Severus gevonden, een beeldje van Mercurius en nog wat bronswerk. De wierdenbewoners waren dus niet geïsoleerd en hadden contact met andere culturen.
Wierde-woord
Het woord ‘wierde’ (woonheuvel) komen we op allerlei manieren tegen in dorps- en zelfs stadsnamen: van Toornwerd en Usquert tot Aduard en Leeuwarden (in het Fries Ljouwert geheten: de wierde van Leo of Lou). ‘Wierde’ is hoogstwaarschijnlijk afgeleid van het oud-Friese woord ‘wird’ of ‘wurth’. In Noord-Duitsland heet zo'n heuvel ‘Warft’, op het eiland Marken een ‘werft’. ‘Warffum’ (in oude oorkonden soms gespeld als Warphum) is een samenstelling van ‘Warf’ en ‘heem’. Volgens G.J.A. Mulder is dit ‘de plaats waar recht gesproken werd’ (‘Handboek der Geografie’, 1962).
Terug naar algemene geschiedenis |